TILBURG - Het Openbaar Ministerie vervolgt een 42-jarige man uit Tilburg voor het niet meewerken en het afleggen van een valse verklaring aan een parlementaire ondervragingscommissie. Deze commissie (de Parlementaire ondervragingscommissie naar ongewenste beïnvloeding van maatschappelijke en religieuze organisaties in Nederland, POCOB) deed in 2019 en 2020 onderzoek naar buitenlandse inmenging in maatschappelijke en religieuze organisaties in Nederland. Ook de stichting waarvoor verdachte werkzaam is wordt vervolgd. Daarnaast wordt ook de secretaris van de stichting, een 39-jarige vrouw uit Tilburg, vervolgd voor valsheid in geschrifte. De man en vrouw ondertekenden samen een brief aan de commissie waarin deels onvolledige en deels onware informatie stond.

Meewerken aan een parlementaire ondervragingscommissie is verplicht, en niet meewerken is strafbaar. Zowel de hoofdverdachte persoonlijk als de stichting die hij voor de parlementaire ondervragingscommissie vertegenwoordigde wordt verweten niet te hebben meegewerkt. Stukken waar om werd gevraagd, zijn niet verstrekt. Ook wordt valsheid in geschrifte verweten, omdat uiteindelijk een brief is overgelegd met informatie die niet klopte.

Verder wordt de verdachte verweten dat hij tijdens de ondervraging door de parlementaire ondervragingscommissie heeft gelogen onder ede over onder meer het sluiten van islamitische huwelijken en het niet beschikken over de jaarrekening van de stichting.

Financieel onderzoek

Naar de stichting en haar bestuurders, onder wie beide bovengenoemde verdachten, is ook financieel onderzoek gedaan door de FIOD. Daarbij zijn feiten aan het licht gekomen die ertoe hebben geleid de stichting en de bestuurders te vervolgen voor valsheid in geschrifte en witwassen.

De aanleiding voor het financieel onderzoek was een vermoeden van terrorismefinanciering. Hiervan is niet gebleken, verdachten zullen hiervoor dan ook niet worden vervolgd.

Vervolging

Beide strafzaken zullen gezamenlijk aan de rechter worden voorgelegd. De zaak zal worden berecht door de rechtbank Midden-Nederland. De vervolgingsbeslissing en de dagvaarding zijn door het Openbaar Ministerie gedeeld met de verdachten (zowel de man, als de vrouw, als de stichting).

Aan advocaten van de verdachten is nu eerst gevraagd om eventuele onderzoekswensen in te dienen.