TILBURG - De gemeente Tilburg en NedTrain zijn vandaag door de rechtbank Rotterdam veroordeeld tot een geldboete van ieder 250.000 euro, omdat zij mensen hebben blootgesteld aan een onaanvaardbaar gezondheidsrisico.


De gemeente Tilburg heeft samen met NedTrain van 2004 tot 2011 het re-integratieproject tROM uitgevoerd. Tijdens dit project hebben ongeveer 800 werkloze personen – om een uitkering van de gemeente te ontvangen – historische treinstellen van het Nederlands Spoorweg Museum geschuurd. Nadien, in 2016, is uit onderzoek gebleken dat de verf die van deze treinen werd geschuurd de kankerverwekkende stof chroom-6 bevatte.

Onvoldoende bescherming

De gemeente Tilburg en NedTrain hebben gedurende het project, anders dan een enkel asbestonderzoek, nooit enig onderzoek laten verrichten naar de mogelijke risico's van de blootstelling aan de verfstof en het schuurstof, terwijl ook toen al algemeen bekend was dat in oude verf gevaarlijke stoffen zouden kunnen zitten. Zij hebben een onaanvaardbaar gezondheidsrisico voor de deelnemers aan en medewerkers van het tROM project genomen. De deelnemers stonden vaak acht uur per dag, vijf dagen per week en weken achtereen handmatig of met een schuurmachine chroom-6 bevattende verf van de treinen te schuren. Zij hadden geen voorlichting en niet de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen gekregen om met chroom-6 te werken en ook de door NedTrain ter beschikking gestelde werkplaats was niet ingericht op het werken met gevaarlijke stoffen. Zij waren verplicht de schuurwerkzaamheden te doen, omdat hun uitkering anders zou worden gekort of stopgezet.

Zowel de gemeente Tilburg als NedTrain, die in deze de deskundige was op het gebied van het reviseren van treinen, zijn ernstig tekort geschoten in hun zorgplicht tegenover de deelnemers aan het project. Beide hebben deze situatie veel te lang laten voortduren zonder onderzoek te doen naar mogelijke gezondheidsrisico's voor de deelnemers.

Passende straf

De maximale geldboete voor een dergelijke overtreding van de Wet milieubeheer bedroeg destijds 74.000 euro, maar de rechtbank is van oordeel dat dit bedrag gelet op hun beider budget noch voor de gemeente Tilburg noch voor NedTrain een passende bestraffing is. In dat geval laat de wet (art 23, lid 7 van het Wetboek van Strafrecht) toe dat een geldboete wordt opgelegd tot ten hoogste het bedrag van de naast hogere categorie. De rechtbank maakt van deze wettelijke bevoegdheid gebruik en legt een geldboete op voor een bedrag dat is toegestaan volgens de (destijds geldende) zesde categorie.

De boete valt lager uit dan door de officier van justitie was geëist, omdat de rechtbank het eens is met de verdediging dat de als feit 1 ten laste gelegde overtreding van de Arbowet volledig verjaard is.